8 september 2006

Brui

Dat zul je net hebben. Bedenk je 'ik geef er de brui aan', en dan blijven je gedachten kleven aan dat woordje. Vraag je je af waaraan je dan eigenlijk wat geeft. Het lijkt op een kruising tussen brei en trui, alsof je een half afgebreide trui in de hoek smijt.
Ben je een Taaldoos, zoals ik, dan zit je vervolgens met de Dikke Van Dale voor je neus.

Brui (m.; g.mv.) [van bruien (stoten)], 1 (uitdr.) de brui aan iets geven, (veroud.) de brui van iets geven, het opgeven, laten varen, niet voortzetten; 2 (zegsw.) daar heb je al de brui, daar is de hele rommel.

Daar wordt het niet helderder van. Iets opgeven is nog iets anders dan rommel geven ergens aan zou ik zeggen. Behalve dan als ik half werk teruggeef aan opdrachtgever:

AANBIEDING!!!
Nu brui voor half geld!

Taaldoos,
voor al uw brui!

Deze site legt een link met kwellen, iets kwelt je en daarom geef je het op.

Ik geef er dus niet echt de brui aan. Het was namelijk heus geen kwelling waar ik mee bezig was. Ik leg alleen mijn werk neer voor vandaag en ga even naar buiten. Na het weekend pak ik de brui (rommel) weer op. Want een opdrachtgever kwellen met half werk, dat lijkt me niet verstandig.

4 reacties:

Henny zei

Ik ben blij, dat je dit zo zegt, ik dacht dat je er helemaal af was, als je ergens de brui aan geeft!

struikel zei

Henny heeft wel een beetje gelijk, volgens mij.

Dondersteen zei

Ik dacht dat brui de eerste helft van loft was! En een loft is een hele kekkie woonzolder in New York. Maar dat terzijde. Taal is echt zó koel, heerlijk!

Anoniem zei

ik dacht dat het de eerste lettergreep van -degom was.